Een
geleidehond als oor
door JELLE BOONSTRA
Als een geleidehond goed is voor een blinde, waarom
dan niet voor een dove? Vanuit die gedachte is Teus Tijsseling gestart met het
trainen van
dovengeleidehonden. Ze attenderen het dove
baasje op iemand bij de deur. Op telefoon, een aanstormende brommer, of
brandalarm. Ook als wekker zijn ze handig. De hond als oor.
Eén ding staat
als een paal boven water: aan dovengeleidehond is een
schreeuwend gebrek. Sinds Teus Tijsseling in
juli met trainen begon,
groeide de wachtlijst aan tot 29 man. 'En
ik timmer amper aan de weg'. Hij haalde
zijn voorbeeld uit Amerika, waar de hond
helemaal is ingeburgerd.
Hearing Dogs heten ze daar - hier vertaalt tot signaalhonden, een
naam waarmee meteen flink op lettergrepen wordt bespaard. De honden herkennen
babygehuil, het belletje van de magnetron, brengen berichten van huisgenoten
over - dat het eten dampend op de tafel
staat bijvoorbeeld - en
waarschuwen als sleutels of de
portemonnee uit de jaszak vallen.
In Nederland
kwam het nooit van de grond met de dovengeleidehond, vooral omdat er geen
gespecialiseerde hondentrainers waren.
Nou is Teus dat toevallig zelf.
Naast
politiehonden traint hij al twintig jaar honden voor narcotica-opsporing
en
rampenbestrijding. Zijn getrainde
honden gaan de wereld rond. Zoeken naar
explosieven in Irak, bewaken van objecten in Ohio, snuffelen
naar
sporen in New York
en helpen ook de Duitse, Britse en Zweedse politie.
Vooral in
Amerika zien ze hem graag komen. Zijn hond Funky haalde er de
meeste trainingscertificaten ter wereld. Geen
wonder dus dat berichten in
dovenbladen als Woord & Gebaar meteen een
hoge verwachtingen wekten. Teus
kan in z'n eentje natuurlijk nooit 29
honden trainen, laat staan nog meer.
Maar hij heeft
grootse plannen: de doven moeten onder z'n supervisie
zelf
aan het werk. Daarvoor is de Stichting
Signaalhond opgericht. Zwolle wordt
begin volgend jaar de eerste trainingsplek
van Nederland, waar iedereen
gezamenlijk kan komen trainen. 'Nog sociaal
ook, voor doven is er niet
zoveel'.
Teus Tijsseling
is zelf ook doof. Van jongs af aan al, en de doofheid maakte hem
strijdbaar. Hij is bedreven in liplezen,
spreekt heel zorgvuldig en
verstaanbaar (bepaald nog niet vanzelfsprekend
in dovenland) en heeft de
ambitie om er iets moois van te maken in
het leven. In de conversatie merk
je nauwelijks wat van zijn handicap. In
Stadskanaal traint hij z'n honden.
Soms is hij
weken van huis om ergens ter wereld bij de politie de training
af te ronden (de Britten gaven hem
inmiddels de voorspelbare bijnaam 'dog
whisperer'). 'Omdat ik niks kan horen, let ik op andere dingen, de
spierspanning, stand van de oren,
de lichaamstaal. Ik lees als het ware m'n
hond, het is een rijke bron van informatie.
Ik doe eens wel mee aan
oefeningen van arrestatieteams, die een
verdachte uit een gebouw moeten
halen. Niemand ziet daar dan toegevoegde
waarde in, maar in de praktijk ben
ik altijd de snelste. De agenten laten
zich vaak afleiden door wat ze
denken te horen en sturen een hond dan voor
de tweede keer een afgezochte ruimte
in. Terwijl ik denk: O, de hond komt
terug, daar zit dus niemand'.
Toch blijkt
zijn doofheid steeds een rem om mee te mogen doen. Hij zou zo graag
eens in een echt rampenteam willen meedraaien.
'Dan zeggen ze: Ja, maar op
de plek des onheils
is het erg donker hoor. Ja, verdomme, denk ik dan, ik
ben toch niet blind!' Het frustreert - en
die frustratie is een motortje om
extra te bewijzen dat je ook met doofheid
ergens komen kunt.
Uiteraard heeft
Teus een eigen hond, Falco - een rottweiler van twee
- die
hij al als een signaalhond opleidde. Zo'n hond geeft rust in het leven van
alledag, zegt hij. 'Je hoeft niet
constant alert te zijn. Doven hebben veel
stress. Steeds weer is er angst om wat te missen.
Ze schrikken zich dood
als er plotseling een auto of brommer
langs schampt. Of dat iemand opeens op je
schouders tikt, die je niet hebt opgemerkt.
Vaak worden doven argwanend,
omdat ze het gevoel hebben dat ze worden
uitgelachen of dat er iets achter
hun rug gebeurt. Dan is een hond een goed
hulpmiddel, want je merkt aan
zijn reactie onmiddellijk dat er wat
speelt, dan gaan de haren letterlijk
overeind. Thuis ligt Falco
altijd in m'n blikveld. Als ik hem zie verstrakken en
opkijken, kijk ik automatisch mee, het zijn echt mijn oren geworden'.
Met een goeie training is een hond zeventig vaardigheden aan te
leren. Teus leerde Falco
bijvoorbeeld op te staan als hij de deurbel of de
telefoon hoort. Vervolgens leidt de hond
hem naar de bron van het geluid.
'Zodra iemand 'Teus' roept, waarschuwt Falco
door een poot op m'n been te
leggen.' Voorzichtig wekken hoort ook bij de
training, en dan niet door
enthousiast met de volle dertig kilo op het
dekbed te springen, maar heel
behoedzaam. 'Op straat zijn ze ook nuttig om
een dove te leiden bij het
lopen. Veel doven hebben ook last van
ernstige evenwichtsproblemen.
Inmiddels zijn er nu negen honden 'in
functie'. Teus hoort van andere baasjes dat de hond de sociale omgang wat
gemakkelijker maakt. 'Ik zit zelf ook wel in de trein, soms zit wat je dromerig
naar buiten te kijken en dan blijkt de conducteur er al een tijdje te staan.
Die stoot je dan bozig aan en denkt meteen dat je een zwartrijder met een
smoesje bent, een misverstand is zo geboren.' De hond is dat soort
miscommunicatie voor. Net als in Amerika krijgen ze een hesje op de rug. Met de
tekst: signaalhond, ter begeleiding van doven.
Dat hangt
trouwens samen met een opvallende kentering: de doven kruipen steeds meer uit
hun schulp. 'Op zich is doofheid een verborgen handicap, als je er niet mee te
koop loopt en je zoekt zelf geen contact, dan merkt niemand iets', zegt Teus.
'Maar daar
willen we vanaf. Meedoen, jezelf niet meer buitenspel zetten'.
Als je er recht
voor uitkomt, geeft het leven soms onverwacht mee. Met een
dovenhond op het perron, komen
medereizigers uit zichzelf al uitleggen dat
de trein te laat is, en waarom dit keer
weer.
Elke hond is
tot een signaalhond om te kneden, zegt Tijsseling. Mits dat
gebeurt als ze nog echt een puppy zijn.
Het mogen verder geen doorgefokte
rashonden zijn, die zijn lui en te verwend.
Een dovengeleidehond is dus
niet automatisch een Duitse herder of
Labrador. Ook een hondje met
melkboerenhondenhaar is goed genoeg. Teus
legt met drie maanden trainen de
bodem, daarna moeten de doven zelf het
karwei afmaken.
Eén van de
eersten die dat doet is Michael van der Sluis (16)
uit Zwolle.
Tot juni van
dit jaar kon hij gewoon horen. Hij had net z'n vmbo-diploma
gehaald, toen hij het slachtoffer werd
van een horrorachtig ongeluk. In een
onweersbui stak hij de drukke Zwolse rondweg
over, ging met z'n fiets op
het gladde asfalt onderuit en werd
overreden door een te hard rijdende auto.
'Die reed dwars
over hem heen', zegt moeder Wilma,
'Michael was als een
lappenpop'. Hij lag tweeënhalve week in
coma. Alles wat je breken kunt, had
hij wel gebroken. De behandelend artsen
constateerden 21 botbreuken,
waarvan sommigen zeer gecompliceerd. Hij
bleek hersenletsel te hebben, en zijn gehoorsorgaan was volledig aan stukken.
Vorige maand werd een trilplaatje in z'n schedel
gezet, dat misschien iets van de gehoorfunctie herstelt.
Misschien. Op z'n best zal dat gehoor dan zeer matig blijven. Aan de
karatewedstrijden, waaraan hij zo
enthousiast meedeed, hoeft Michael niet
meer te denken. Voorlopig is het een
kwestie van revalideren - vele uren
per dag, waarbij de conditie door de
karatetraining nu van groot voordeel
blijkt. De tweetalige businessopleiding
waarvoor hij zich wilde inschrijven
is ver buiten het bereik gekomen.
'Liplezen kan ik nauwelijks', zegt hij in
een rijtjeswoning in de Zwolse wijk Aa-landen. 'Dat schiet allemaal niet
op, het meeste ontgaat me gewoon echt.
Uit een gesprek haal ik maar een paar
woorden. Wat ik vooral mis? Alles
eigenlijk, de gewone gesprekken, de
muziek waarvan ik hou, vooral trance en
hardcore.'
De communicatie
is op z'n zachtst gezegd ingewikkeld: vragen moeten op
een
kladblokje worden geschreven of op de
computer worden ingetikt - en daarna
antwoordt Michael.
Niet schriftelijk, maar gewoon heel goed verstaanbaar
met eigen woorden, want dat is de oogst
van al die jaren waarin hij gewoon kon
horen. Maar niet iedereen heeft zin in dit
soort conversatie, bezoeken van
schoolvrienden worden minder
frequent, zegt z'n moeder. Het jaar 2005 is
een kwestie van overleven geworden, van
terugvechten, van leren lopen met een
dikke pin het been.
Gelukkig heeft Michael iets van z'n humor
teruggevonden: 'Het enige voordeel van de doofheid is dat ik dat gekakel niet
meer allemaal hoef aan te horen', zegt hij als zijn moeder naar zijn opvatting
wat al te lang een toelichting geeft. En met een brede lach: 'Het is het enige
geluid dat ik nog wel eens denk te horen'.
Het is
allerminst toeval dat Michael in de voorhoede zit bij
de opleiding
van signaalhonden. Het is een echte
hondenfamilie, z'n moeder is
hondentrimster. Het gezin had al jaren een hond, een 10-jarige bouvier, die
het allemaal wel goed vindt inmiddels en
liever wat ligt te dutten in z'n
mand. Daar is nu Kyra
bijgekomen, die het tot signaalhond moet schoppen. De
hond is speels en eigenwijs (type: De Beauceron, een kortharige uit Frankrijk). Iets van het signaal-principe zit er al wel in.
'Ik heb er echt
al voordeel van, als er een scooter aankomt, dan draait Kyra
zich al om. Ze gaat kijken. Probleem is alleen dat ze bij veel dingen reageert
en dat je
nog niet precies weet waarop. En ze moet
nog leren luisteren, begrijpen wie
haar baasje is'. Dat komt wel goed, zegt
mijn hondenopleider Teus - zo'n hond moet leren op
sommige dingen wel te reageren en op andere juist niet. Het valt nog het
allerbeste op te bouwen als alleen Michael haar voert, liefst vanuit de
hand. Als een opdracht goed is uitgevoerd,
geeft Michael haar eten. “De hond luistert met de maag”,
zei Teus Kyra is nu nog ruw en onbesuisd. Als de
brokjes in haar bakje kletteren stort ze zich erop als
dames bij de eerste uitverkoopbak van De Bijenkorf.
Michael van der Sluis moet een heel groot
offer voor brengen want hij is
allergisch voor honden, en teveel aanraking
zorgt meteen voor jeuk en rode
plekken op de huid. Voor proesten en
niesen. Maar is hij vastbesloten om de
band met de hond op te bouwen. 'Het is ook
een maatje. Zo'n hond is ook de
manier om mee te doen. Dovenclubs zouden voor
mij teveel van het goede
zijn. Anders kom je ook zo in een
isolement. Hij wil z'n kennis in de toekomst weer aan
andere doven overbrengen. Die trainingen
zullen het probleem niet zijn,
zegt Teus Tijsseling. Consequent blijven,
er veel uren in steken, dan komt
het goed. De strijd heeft tot nu toe op
een ander vlak gelegen: de
ambtenarij. Tot nu toe zijn de diensten heel
ijverig geweest om vooral naar elkaar te wijzen. Misschien dat de nieuwe ziektenkostenverzekering wat verruiming geeft. Regelingen
als het persoonsgebonden budget of de wet maatschappelijke ondersteuning maken
het in januari vast gemakkelijker voor de naar schatting 20.000 Nederlanders
die helemaal niets meer horen. Tot nu toe waren de zietekostenverzekeringen
nog niet scheutig met hun beloften, zegt Teus. Het was er aan dovemansoren
gericht.
Meer weten? www.signaalhond.info